Reageer op reactie

De zee


Ben en ik liepen naar het strand. Geen camping liet ons nog toe en geen hotel had een kamertje vrij. Maar ach, het is Griekenland, de lucht is warm en de nachten zonder vorst of regen: de gang naar het strand lag voor de hand. Al denkend aan de verhalen die we thuis in Nederland zouden vertellen zagen we het resultaat van chaotisch handelen veranderen in een avontuur. "Ja, we hebben op het strand geslapen." Dat zovelen dat al gedaan hadden, sommigen zelfs bij nacht en ontij, dat anderen in slaap gevallen waren op een hoop hondenstront die er de volgende ochtend weer lachend afgezwommen moest worden, dat kon ons niet deren. Bij die mensen zouden we gaan horen.

Maar het was nog licht, al stond de zon laag. Ben liep rechtdoor en bouwde zich een onoverdekte slaapplaats op vele meters van het water, waarvan je nooit wist hoever die het strand op kruipen zou. Ik sloeg rechtsaf, richting zee, zocht me een rots in de branding, klom er op en ging staan kijken: mijn vlakke hand werd de pet die ik gisteren verloren had. Ik zag mezelf als in een foto, als piraat, held en zeeschuimer tegelijk, maar ik zag niet de zee.

Ik zag de rots. De rots was het begin van een kleine berg. De berg vluchtte uit de rots en waaierde breed uit tot een vlakke steile wand. De berg vluchtte voor de keffende golven die de hondse zee over de rots joeg en hem de rug kaal beten. De rots trilde van de pijn. Ik draaide me om en zag de berg in langzame paniek naar links en rechts bewegen. Zou ik mijn ogen wenden naar de top, ik zou gaan slingeren, vallen en opgegeten worden door het bijtende water. Weer draaide ik me om, stapje voor stapje, gruwend van het blaffende water en richtte mijn ogen op de zee, maar zag ook nu niets. Ik zag ook mezelf niet meer als in een foto. Niets. Ik stond trillend op de van pijn sidderende rots. Ik voelde de wereld vluchten.

Het geschreeuw van de breedlachende Ben gaf me de moed van de rots af te glijden. De hondse zee beet nog even in mijn voeten, maar ik was sneller dan de berg.

"Kom nou even helpen," was wat Ben zei. Ik liep met hem mee naar de de grond die hij tot de onze gemaakt had.

"Nee," zei ik, "hier ga ik echt niet slapen. De zee kan ons hier gemakkelijk vinden."

Ik pakte mijn rugzak op en liep vele meters terug, van de zee af. Ben zei niets, begreep niets, maar deed wat ik deed. Een stille avond volgde en toen ik eindelijk sliep, vrat de zee grommend mijn wereld op.

Henk Ellermann
Geplaatst op Donderdag, 23 april, 2009 - 00:01
Laatst herzien op Donderdag, 23 april, 2009 - 02:07

Reageren

  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.

Meer informatie over formaatmogelijkheden