Reageer op reactie

Slotakkoord


“Ach weet je, eigenlijk ben ik een hele rare. Ik geloof dat het komt omdat ik altijd direct zie hoe mensen echt zijn. Mijn dochter heeft dat ook, dat is een hele slimme meid, hoor. Altijd hoge cijfers gehad op school. Het is alleen maar dat een leraar haar niet mocht, dat ze geen klas heeft overgeslagen. Toen moest ze een test doen, maar net die dag had ze griep, dus dat is niet gelukt. Maar toch gaan, hè? Net d’r moeder, nooit opgeven. Ze doet nu zelfs twee studies, kun je nagaan.”

"Heb ik weer," dacht Leo, "slimme kinderen. Hebben alle vrouwen slimme kinderen tegenwoordig?" Hij besloot niet te vragen wat de wonderdochter studeerde.

“Heel mooi ook, wat die allemaal bij mannen losmaakt, daar kan ik hele verhalen over vertellen.”

Ze nam een slok van haar kruidenthee en daarna Leo’s hand in de hare.

“Ik ben best wel gestructureerd, maar hou ook erg van verrassingen. Ik ben helemaal geen standaard vrouwtje, hoor. Heel complex eigenlijk. Als iemand tegen me liegt, dan merk ik dat direct.”

Leo, die niet begreep wat complex met liegen te maken had, trok zijn hand niet terug.

“Een leugendetector is trouwens maar een simpel apparaatje,” flapte hij eruit. Hij probeerde zijn opmerking snel weer weg te lachen. Else ging onverdroten voort.

“Je kunt dus maar beter niet tegen me liegen, heeft geen zin, ik heb het toch direct door. Toch kan ik ook heel naïef zijn. Ik vertrouw mensen vaak te snel. Veel mannen hebben daarvan al geprofiteerd, maar uiteindelijk heb ik ze wel door, hoor. Je kunt dus maar beter niet tegen me liegen.”

Ze keek Leo vertederd aan en draaide zijn hand om.

De deur van de kroeg ging open en een vrouw kwam binnen, zo een waarvoor elke moeder je schijnt te waarschuwen. Lange geblondeerde, warrige haren, mooi gezicht, een korte minirok met daaronder een paar benen die je zelfs in de meest zondige nachten niet kunt dromen.

“Je hebt een mooie levenslijn, Leo, veel fantasie zie ik en een lang leven. Ik zie ook dat je ergens bang voor bent. Klopt dat?”

Haastig nam Leo een slok bier, een klein slokje, want het glas was bijna leeg. De blonde trok haar leren jasje uit, hing het aan de kapstok en liep rechtstreeks naar een sjofel geklede man met een bierbuik, die ze omstandig begon te zoenen. Hij zag hem drie keer langzaam over haar achterste wrijven. Ja, ik ben bang, dacht Leo, bang dat die bierbuik met de blonde vertrekt.

“Ik ben niet bang,” zei hij.

“Misschien ken jij je angsten niet. Veel mannen kennen zichzelf heel slecht, heb ik gemerkt. Is niet erg hoor, dan ...”.

Een goede vrouw, gelooft in die flauwekul, schoot het door Leo’s hoofd, maar hij schrok er zelf van. Intussen verdween de stem van Else meer en meer in het achtergrondrumoer. Hij sloot zijn ogen. Hoe zou ze heten? Susanne? Zou ze hier vaker komen? Nee, Aurora, dat moet het zijn! Licht in de duisternis! Hij zag haar op de tap klimmen. Met haar voeten zou ze de bierglazen opzij schuiven, haar handen opheffen naar het plafond en gaan dansen als een vlinder op de stralen van een ondergaande zon. Dan zou ze, plotseling, hem zien en alleen maar meer voor hem dansen. Ze zou hem met haar goddelijke benen voor de rest van zijn leven gevangen houden.

“.. vertrouwen is alles, uiterlijk is eigenlijk heel onbelangrijk. Vind je ook niet?”

“Zeker, zeker,” zei Leo in een krampachtige poging de draad weer op te pakken. Hij opende zijn ogen.

“Ik zie dat je je ogen dicht had, ben blij dat je zo goed luistert, dat  zie je niet ........”.

Else’s woorden vielen weer weg, zoals een oude radio soms een zender verliest. Ze was vol kleur. Zwarte laarzen met witte veters, lichtblauw denim rokje met opzichtige riem, een nauw sluitende rode bloes met frutsels, overal sieraden, blauwe ogenschaduw, felrode lippen: de perfecte wansmaak.

“ ....ik lees ook veel, veel te veel eigenlijk....”

Leo zuchtte diep.

“ ... sommige regels vergeet je nooit ...”

Even verderop schurkten de benen heel dicht tegen de bierbuik aan. Ze lachten aan een stuk door.

“... dat alleen maar een man, alleen maar een vrouw, dat een mens een mens zo liefhad, als ik jou.”

Ze kent haar dichters, dacht Leo, ooooh mooie benen, waar ga je henen?, was het enige vers  dat in zijn hoofd opkwam, maar hij sprak de woorden niet uit. Hij knikte slechts.

“ ... daar gaat het om...”

Leo probeerde zich weer te concentreren. “... overgave, eerlijkheid, ja zuiverheid, dat is zo zeldzaam...”

De bierbuik bulderde van het lachen. “... ik heb best een goed gevoel eigenlijk.... Zoals we hier... Meer is niet nodig..... weet je... Wat wil je nog ...? Of niet?”

Het meeste hoorde Leo niet, maar de vraagtoon drong wel bij hem binnen, als een gewapende politiebrigade in een louche gokhal.

“Nee, meer te willen is vragen om een hemel op aarde,” probeerde hij en keek zo diepzinnig mogelijk.

Langzaam zag hij de tedere blik uit Else’s ogen verdwijnen, zoals de laatste noten van een symfonie verdwijnen in een grote schouwburgzaal. Ze leunde achterover, keek strak naar hem door de onderkant van haar bril en zei op bijtende toon, met tussen elk woord een eeuwigdurende pauze:

“Ik vroeg of je nog iets wilde drinken!”

Henk Ellermann
Geplaatst op Donderdag, 26 maart, 2009 - 19:14
Laatst herzien op Vrijdag, 11 december, 2009 - 22:58

Verschenen in UB Blad, oktober, 2007

Reageren

  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.

Meer informatie over formaatmogelijkheden