“Ga je mee wandelen?” vroeg ik, want ik verveelde me al een tijdje groots en meeslepend. Dat voorstel viel niet in goede aarde. Petra keek me aan. Mooiere ogen zijn er niet, dacht ik nog, totdat haar mond openging. “Je wil anders ook nooit!” Het was de onvermijdelijke aanloop tot wraak op vele gemiste wandelingen. Ik wachtte met verbeten lippen op het onvermijdelijke.
“Ik heb een mooi boek, loop maar lekker zelf,” bitste ze en plaatste het minuscule boekje tussen haar ogen en de mijne. Op de kaft een gespierde man met ontbloot bovenlijf.
Geërgerd stampte ik naar de schuur, pakte mijn schoenen en nam ze mee terug naar de kamer, zonder ze af te kloppen op de buitenmuur. Het was haar beurt om te stofzuigen. Met vinnige bewegingen knoopte ik de gevaartes rondom mijn enkels. Ze las rustig verder, zag ik meerdere keren uit een ooghoek. Zuchtend verliet ik de kamer, pakte mijn knalrode jas die ze onder haar donkergrijze verborgen had en ging naar buiten. Alléén lopen had ik nog nooit gedaan, maar kon niet veel erger zijn dan met haar. De buitendeur liet ik open. Het waaide net hard genoeg om hem te laten klapperen. Herfstweer. Koud en nat, zonder dat het regent. Dat kwam me wel goed uit: een beetje moeite doen om ergens prettig aan te komen.
Linksaf of rechtsaf? “Het centrum, daar is De Wereld,” schoot het door mijn hoofd, mijn de kroeg: waar ik zelden kwam, maar desondanks tot favoriet had verklaard. Rechts dus. Tien minuten later stond ik voor de eerste boom in het bos. Verkeerde rechterkant! Aangestoken door het vuur van ergernis besloot ik tot een inwendig protest tegen het wandelen.
“Als God had gewild dat we zouden wandelen, dan had ie ons niet de fiets laten uitvinden.... Of de auto ... En de trein, de rustige warme trein....Wat doe je hier?”.
De wind welde aan en ik trok mijn jas tot boven dicht. Mijn sjaal was ik vergeten, vanzelfsprekend.
“Die deur gaat stuk door die wind,” dacht ik en het was alsof ik mezelf hoorde.
“Lopen is voor hen die geen raad weten met hun tijd”.
“Je denkt zeker dat een beetje beweging de natuur mooier maakt?”
Ik versnelde mijn pas in de hoop dat mijn treiterbrein het niet zou kunnen bijbenen. Tevergeefs. De vallende bladeren lachtten me uit met hun dans.
“Muziek,” dacht ik, “muziek maakt alles mooi en goede muziek staat voor jaren van oefening, van moeite doen, anders is het niks, ook lopen niet”.
Ik herinnerde me de KinderSzenen van Schumann, gespeeld door de oude meester Horowitz. Petra en ik luisterden er vanmorgen naar, na de koffie, toen haar ogen nog volop te zien waren en ik me nog niet verveelde.
Ik greep weer in, zette die muziek hardhandig af maar het beeld drong zich op van een bouwvakker met bierbuik in een groezelig blauwe overall die achter een glimmend apparaat zat waaruit muziek klonk. Hij stonk. De lelijkerd zat aan drie knoppen te draaien. Een voor lichte variaties van het tempo, een voor het volume en een voor iets dat mijn brein voor me verborgen hield. Dezelfde muziek, maar het klonk anders, mooier, veel mooier dan wat ik zo-even hoorde. Maar niet voor lang.
“Niet eerlijk, zit zo’n Horowitz daar jaren op te studeren, komt Jaap van zijn werk af en die maakt er ongewassen echt iets moois van.. Dat is de toekomst! Kon wel eens sneller komen dan je denkt. De mooiste muziek, zonder moeite….”. Pauze…
”Waarom loop je nou?”. Ik was duidelijk op weg naar het slotakkoord.
“Bevrediging komt van het resultaat, niet van de manier waarop dat bereikt wordt”.
Ik begon in clichés te denken en liep verloren en zonder doel in de zinloze, koude natuur. Tot overmaat van ramp begon het te regenen en hard ook. Het pad was ik allang kwijt. Ik stapte over omgevallen bomen alleen maar om op het natte gras daarachter weg te glijden. Ik ontweek takken, slechts een enkele keer met succes. Mijn schoenen en broekspijpen zaten onder de modder, mijn rode jas onder de groene strepen. Mijn beregende bril toonde me alleen nog een vervormde wereld.
Mechanisch liep ik weer naar huis, waar anders heen? Ik zag al voor me dat ik nieuw glas in de deur aan het zetten was Dat alles onder de toeziende ogen van een verbolgen Petra. Aangekomen bij mijn huis, bleek de deur nog heel en gewoon dicht. Ik deed hem open, waakte ervoor dat mijn schoenen geen modder morsten en zette ze keurig aan de kant. Door de deur hoorde ik weer zacht de magische klanken van de KinderSzenen. Binnen zag ik dat de vloer al weer schoon was.
“Waar ben je geweest?, vroeg Petra vriendelijk.
“In De Wereld,” zei ik.
Terwijl ze zonder enige spot de moddervlekken op mijn broekspijpen bekeek, kon ik ongegeneerd in haar ogen kijken. Wonderlijk, mooier zijn ze er niet. Ik voelde me als herboren.
“Lopen loont toch de moeite,” dacht ik en ging zitten.
Meer informatie over formaatmogelijkheden
DB der Ned. Letteren Gutenberg project Hijstek Tekst & Research Koelman.com Laurens Jz Coster Lingo24 Literatuur Geschiedenis Mijnwoordenboek Nobody here Opentaalbank Spreekwoordenboek Synoniemennet Taaluniversum Wiktionary Woxikon
Professional Drupal themes by ThemeArtists.com