Een oude man gebruikte deze zin om uit te drukken dat hij impotent is. Een mooie jonge vrouw had op zijn schoot gezeten en op de vraag of hij het niet leuk zou vinden als er wat "meer" uit zou volgen, zei hij: "ja, maar ja, de pen is wel goed, maar de inkt is op."
Nu kun je af vragen of dit wel een goede metafoor is voor impotentie. Bij echt impotentie is juist de pen niet goed en kan er nog wel inkt uitkomen.
Dat het hier om een metafoor gaat die maar half juist is, maakt het juist zo boeiend. Ik neem aan, zonder enige innerlijke twijfel, dat de man tijdens het antwoord een snelle en directe associatie legde tussen de pen en zijn geslachtsdeel. Dat is goed voor te stellen. Tegelijk is er iets mis met zijn geslachtsdeel en dus moet er iets mis zijn met de pen. Een slappe pen is geen beeld dat zich snel in een mensenhoofd zal vertonen en dus zit de man met een probleem: het foutje moet ergens belegd worden. De oplossing ligt dan voor de hand: de inkt is op.
Het is frappant dat het menselijk brein zo werkt. Het idee dat er iets fout is ontstaat aan het begin van de zin en valt neer op het eind ervan. Dat moet geleid hebben tot deze boeiende beeldspraak. Het geeft aan dat om mensen te begrijpen men meer moet letten op de algemene sfeer van een opmerking dan op de precieze woorden die gebruikt worden.
De man verdient een stevige pluim.
Henk EllermannMaandag, 30 maart, 2009 - 20:02Laatst herzien op Woensdag, 8 april, 2009 - 20:27
Woordenboek Woordenlijst Nieuwe Woorden Bijgewerkte Woorden
DB der Ned. Letteren Gutenberg project Hijstek Tekst & Research Koelman.com Laurens Jz Coster Lingo24 Literatuur Geschiedenis Mijnwoordenboek Nobody here Opentaalbank Spreekwoordenboek Synoniemennet Taaluniversum Wiktionary Woxikon
Professional Drupal themes by ThemeArtists.com