De moderne architectuur wil bij vlagen speels zijn. Speels is niet recht maar krom. En dus worden er kromme gebouwen gemaakt, gebouwen met een fraaie boog of knik erin zodat ze lijken te wiebelen. De term wiebel toren ben ik wel vaker tegengekomen, maar dan sloeg het op een menselijke toren zoals die in een circus vertoond wordt: die wiebelt per defintie.
Het hoeft niet hoog te zijn om te wiebelen, daarom heeft men redenen gezien om in meer algemene zin van wiebelarchitectuur te spreken: balancerende gebouwen, gebouwen die de zwaartekracht lijken te trotseren, dansende gebouwen.
Ik heb de indruk dat wiebelarchitectuur vooral voorkomt in de nieuwe rijke landen (en wellicht Parijs). Als dat zo is, dan wordt het oude westen gezien als zwaar, recht en log, en is de nieuwe wereld een speelse wereld, al wiebelt ze een beetje.
Ik ga emigreren.
Henk EllermannDinsdag, 7 april, 2009 - 02:00Laatst herzien op Zaterdag, 11 april, 2009 - 15:42
Woordenboek Woordenlijst Nieuwe Woorden Bijgewerkte Woorden
DB der Ned. Letteren Gutenberg project Hijstek Tekst & Research Koelman.com Laurens Jz Coster Lingo24 Literatuur Geschiedenis Mijnwoordenboek Nobody here Opentaalbank Spreekwoordenboek Synoniemennet Taaluniversum Wiktionary Woxikon
Professional Drupal themes by ThemeArtists.com