"Heb je het al gehoord? Gerard heeft een spoedvergadering bijeengeroepen!" Gerard zat in de Commissie ter Verwijdering van Samson en Dalila uit de Bijbel, een benoeming die als bekroning op zijn carrière tot dusverre mocht gelden. Net 33 jaar geworden. Hij werkte nog maar zeven jaar bij de zaak. Zou hij in zijn taak slagen, en niemand twijfelde daar aan, dan kwam het volwaardig lidmaatschap van de Raad der Redelijkheid in het vizier. Begonnen als eenvoudig portier bij kapperszaak "De Juiste Lengte" was hij opgevallen door zijn doortastendheid en helderheid van hoofd. Twee jaar later werd hij aangesteld als onderzoeker bij de Afdeling Veiligheid, om zes maand daarna te promoveren tot hoofd van de sector Gezondheid, een baan die hij na twee jaar al kon inwisselen voor die van directeur van het bureau. Nooit had iemand hem op een onachtzaamheid kunnen betrappen, nooit was er ook maar een rapport van hem een uur te laat verschenen. Voor Gerard sprak het vanzelf. De zaak, nee, de hele wereld, was een orkest dat aan elke toon, elke paukenslag, zijn juiste plaats gaf.
Gerard was een noot, een zuivere, zo zag hij zichzelf, maar ooit zou hij de dirigent van de zaak worden en wonderschone melodieën verwekken uit het samenspel van mens en ding. Gerard zelf was een meer dan verdienstelijk amateurpianist en de mathematische ordening van muziek was zijn ideaal. Alles had zijn plaats, hemzelf incluis. Al moest hij de hele nacht doorhalen, Gerard deed het, gewoon omdat de ordening, waarvan hij zich een deel voelde, het vroeg.
Zijn bliksemcarrière had niet alleen bewondering, maar ook jaloezie gewekt. De jaloezie kreeg vooral een uitlaat in het kamp der rekkelijken. Zo noemden ze zichzelf. Veiligheid, gezondheid, natuurlijk waren ze van belang, zo stelden ze, maar plezier mocht toch niet ontbreken? Gerard genoot van de tegenstand, denkend, nee, wetend, dat jaloezie de ware motivatie achter alle tegenstand was.
"En weet je waarom? Omdat hij er één gevonden heeft!"
De hele zaak was in rep en roer. Als Gerard het aandurfde om dwars door de agenda's van iedereen die er toe deed een spoedoverleg aan te vragen, dan was er werkelijk iets aan de hand.
"Weet je zeker dat het niet gewoon zo'n ecologische flapdrol is?," vroeg Jacques onmiddellijk na de opening van het spoedberaad. Jacques was een van Gerards medestanders. Hij verzorgde met deze kwinkslag slechts de aanzet tot een contrapunt die door Gerard afgemaakt werd.
"Dat is hij niet. Vroeger is hij wel gezien in een oude legerjas, hij heeft een tijdlang een baard gedragen (... sissende geluiden in de zaal...) maar hij ziet er verder goed uit. Geen witte kleding, geen kralen om zijn nek, geen bandana, geen laarzen of van die biologenschoenen (... gelach in de zaal ...)."
Gerard pauzeerde even.
"Wij hebben hem al weken geleden gesommeerd zich aan te passen. Hij heeft vorige week dan ook een pak gekocht. Een mooi pak, zacht zwart fluweel met een flinterdun grijs streepje, een bijpassende uiterst smaakvolle stropdas en een stralend wit overhemd."
Gerard pauzeerde weer even en keek met name de leden van de Raad van Redelijkheid één voor één aan.
"Bij elkaar heeft hij meer dan 1500 euro gespendeerd aan deze kleding. Maar wie denkt dat hij daarna naar de kapper ging, die heeft het mis."
Het ongeloof verdichtte zich tot een mist die zwaar boven de hoofden van de deelnemers bleef hangen.
"Het is niet anders, we hebben hier te maken met iemand die weet wat hij doet, maar desondanks weigert een goed zicht op de wereld te hebben, iets dat we al vier jaar geleden verplicht hebben laten stellen door de Afdeling Veiligheid. Ja, hij trotseert zelfs de feiten die twee jaar geleden door de Sector Gezondheid boven water zijn gehaald, zoals het keiharde gegeven dat elk jaar minstens twee mensen overlijden door darmkanker als gevolg van haren in het eten, om nog maar niet te spreken van de levensbedreigende luis en ander, ogenschijnlijk minder gevaarlijk, ongerief. En deze heer blijft volharden in het dragen van haren tot over zijn schouders."
Niemand van de rekkelijken durfde hier tegen in te gaan. Elke kuch, elke open mond werd door de vlammende ogen van Jacques tot een hoopje as verbrandt.
"Ik stel voor dat de Afdeling Oplossingen de taak krijgt deze zaak op te lossen".
Iedereen stemde in.
Om een lang verhaal kort te maken, de schone Rebecca werd ingezet om de boosdoener te verleiden tot een vakantie in de Ardennen, hetgeen lukte. In één van de grotten van Han was door de zaak een klein winkelcentrum ingericht, met daarin een kapperszaak, ‘De Grot’ geheten. Rebecca wist de booswicht over te halen daar zijn haren te laten bijpunten. De schaar werd echter niet in zijn haren gezet, maar in zijn keel. Met de ogen tollend in zijn hoofd hamerde zijn angstig hart een fontein van bloed tot het lichaam leeg en mager achterbleef.
Rebecca en de kapper ruimden de resten op in wat een wonder van samenspel mag heten, sloten de zaak en meldden terug aan de Afdeling Oplossingen dat de wereld weer een stukje schoner was, dat er een valse noot was die in geen enkele symfonie meer klinken zou.
DB der Ned. Letteren Gutenberg project Hijstek Tekst & Research Koelman.com Laurens Jz Coster Lingo24 Literatuur Geschiedenis Mijnwoordenboek Nobody here Opentaalbank Spreekwoordenboek Synoniemennet Taaluniversum Wiktionary Woxikon
Professional Drupal themes by ThemeArtists.com