De stad en het landschap spelen een grote rol in het werk van Willen van Toorn. Zo ook in De hofreis, zijn nieuwe dichtbundel.
Speciaal in de cycli "La citta ideale" en "De hofreis" doemen de hoofdthemata van Van Toorn (1935) weer op: zijn hang naar het verleden, de pijn om al het waardevolle dat voorgoed voorbij is en toch ook een beheerste woede tegen het volmaakte concept van Renaissancesteden, waaruit de pest, de zwerver en de ratelende tank van nu a.h.w. weggepoetst worden. Zo verheft hij ook zijn stem tegen de bewierookte Bach met zijn sjieke fuga's en bepleit hij op vermakelijke wijze het goed recht van het "woord" tegenover de "noot", welke laatste in z'n eentje zo niks is... De hofreis, de lange, moeizame handelsreis van weleer, wordt aangegrepen om een geliefde te hervinden, maar zij blijkt een onbereikbare Japanse keizerin. Een "Christoffelervaring" leert hoe moeizaam de dichter kan "loslaten" voor een plekje in "dit luchtledige". Het intieme, verwonderde karakter van 's dichters poezie gaat in deze bundel enigszins schuil onder de rationele constructie ervan. Toch een aanrader voor liefhebbers.
(NBD|Biblion recensie, Els van Geene)
Henk EllermannGeplaatst op Zaterdag, 9 mei, 2009 - 13:05Laatst herzien op Zaterdag, 9 mei, 2009 - 13:05
DB der Ned. Letteren Gutenberg project Hijstek Tekst & Research Koelman.com Laurens Jz Coster Lingo24 Literatuur Geschiedenis Mijnwoordenboek Nobody here Opentaalbank Spreekwoordenboek Synoniemennet Taaluniversum Wiktionary Woxikon
Professional Drupal themes by ThemeArtists.com