Ze kwam op me af. Ik, een sjofel geklede, ongedouchde man op leeftijd, zittend op een terras in het zonnige Tenerife, lezend in een boek, keek op. Een lange, slanke negerin van een onbeschrijflijke schoonheid stond plotseling voor me. Haar zwarte krullende haren vielen op een witte lange jurk die fel afstak tegen haar donkere huid, haar armen en schouders open liet.
"You look like an interesting man," zei ze.
Ik schrok, probeerde alle opkomende bewegingen te onderdrukken, maar schoof iets verder onderuit. Wat zegt een interessante man na zo'n opmerking? Ze keek me strak aan, alsof ze een verrassend antwoord verwachtte. Zo nonchalant mogelijk keek ik over mijn zonnebril heen, naar haar mond. Een mooie mond, volle lippen, gebeeldhouwd in een hele vage glimlach. Wat moet ik zeggen? Haar kon ik toch niet in zwijgen verdrinken?
"I am waiting for a storm," zei ik, waarom weet ik ook niet.
Het was bloedheet, de zon stond hoog aan een wolkenloze hemel, geen zuchtje wind te bekennen. Ik bleef strak naar haar mond kijken. De paniek golfde huizenhoog door mijn lichaam.
"Then you are on the wrong side of the island. Come!"
Ze gebood het. Gaat een interessante man in op zo'n bevel? Moet zo iemand niet gewoon zeggen, dat hij hier wel wacht, omdat wachten overal kan, dat er ooit heus wel eens een storm komt, dat hij geen haast heeft en zich sowieso niet verveelt? En dan gewoon tegen haar zegt dat ze moet gaan zitten en twee drankjes bestelt? Of gaat zo'n man gewoon weer verder met lezen?
Ik stapte op, legde een tientje neer op de tafel voor de twee pils die ik gedronken had, pakte haar uitgestoken hand, en ging mee. Ze zei geen woord, ze keek me niet aan. Zeker een kwartier lang liep ik met mijn hand in de hare langs het strand, waarschijnlijk op weg naar de andere kant van het eiland, om daar te wachten op een storm. Ik bedacht me dat ik mijn boek op de tafel had laten liggen. Een weinig interessante fout. Als een hondje liet ik me meeslepen. Hoe interessant is dat alles, eigenlijk?
"This is the other side," zei ze.
Ik was stomverbaasd, zo klein is het eiland nou ook weer niet.
"Sit here," vervolgde ze.
Ik ging zitten, zij naast me, dicht naast me. Ik wilde weten wat ze zo interessant aan me vond, maar kon het niet vragen, zo banaal en zo getuigend van oninteressante zelftwijfel. Mijn tong protesteerde en telkens ging mijn mond open om die ene vraag te stellen, en telkens kneep ik hem weer dicht.
"Now wait, don't talk," zei ze, met een betoverende glimlach.
Dat was een pak van mijn hart, de enige vraag die ik kon stellen mocht niet meer. Ik keek zo verveeld mogelijk, naar links, naar rechts, naar de zee en in de zon, al was dat laatste niet zo snugger. Ik keek overal, ik zag niks. De verboden vraag vertaalde zich naar het zoeken van een ober.
"No drinks, not now, please," zei ze.
Ik wist me geen raad meer. Natuurlijk, dorst hadden we geen van beide. Bestellen is een gewoonte, een hele oninteressante gewoonte, en daar had ze een boertje dood aan, vanzelf. Maar wat wil ze dan?
"I made a mistake," zei ze plotseling, en ze stond op.
"My apologies, it is not your fault that you are not interesting."
En weg liep ze, ik verdronk in zwijgen. Een storm is er niet gekomen, niet in de drie uur die ik nog bleef wachten; zij kwam ook niet meer terug. Een hete leegte, een laffe leegte is alles wat er overbleef.
DB der Ned. Letteren Gutenberg project Hijstek Tekst & Research Koelman.com Laurens Jz Coster Lingo24 Literatuur Geschiedenis Mijnwoordenboek Nobody here Opentaalbank Spreekwoordenboek Synoniemennet Taaluniversum Wiktionary Woxikon
Professional Drupal themes by ThemeArtists.com