|
|
De vrouw vroeg dromerig:
‘Wat denk je, hoeveel soorten ruimte telt onze wereld?’
‘Acht,’ antwoordde de man die blij was met die vraag.
En de vrouw vroeg dromerig:
‘Hoeveel wensen heb je eigenlijk?’
‘Eentje,’ antwoordde de man.
En de vrouw vroeg dromerig:
‘Hoeveel onbewoonde eilanden zou je dan willen bezoeken?’
‘Nul,’ antwoordde de man die haar schouders begon te strelen.
En de vrouw vroeg dromerig:
‘Hoeveel mensen praten net als jij?’
‘Zes,’ antwoordde de man.
En de vrouw vroeg dromerig:
‘Met hoeveel monden zal ik je kussen?
‘Acht, dat zou het mooiste zijn,’ antwoordde de man.
door Arjen Duinker
Uit: Buurtkinderen door Arjen Duinker
Geplaatst op 27/11/2009 - 23:42.
|
|
|
|
Zullen we gaan wandelen?
- Straks gaat het regenen
Zullen we naar de kroeg gaan?
- Misschien morgen, ik heb nu geen zin
Ik wil een jas kopen, ga je mee?
- Je hebt al genoeg jassen
We zijn al een tijd niet bij Jan geweest..
- Jan was laatst niet zo aardig tegen me
Ik heb honger.
- Het is pas 5 uur!?
Hey, die ziet er leuk uit
- Hij moet nodig naar de kapper.
Zullen we gaan?
- Het is 5 voor drie, nog even wachten.
Ik heb nog bonnen voor de sauna
- Hoelang zijn die nog geldig?
Marokko, leuk vakantieland.
- We hebben vorige maand een auto gekocht.
Ik ga een pakje sigaretten halen
door Ben Weerdink
Uit:
Geplaatst op 10/11/2009 - 02:09.
|
|
|
|
Liefde is een winterslaap
maar zonder winter en
zonder slaap
Liefde is een hete dag vol met regen
maar zonder een dag en
zonder regen
Liefde is de zon
schijnend achter wolken die
niemand kan zien
en jou verbergt
boven mij
Liefde is
van alles niets
door Henk Ellermann
Uit:
Geplaatst op 05/11/2009 - 21:52.
|
|
|
|
Zeven zonen had moeder:
Allen heetten Peter,
Behalve Wanjka die Iwan heette.
Allen konden werken:
Eén was geitenhoeder,
Eén vlocht sandalen,
Eén zelfs bouwde kerken;
Maar Iwan die Wanjka heette
Wilde niet werken.
Op een steen in de zon gezeten
Bespeelde hij zijn schalmei.
"O, mijn lieve,
Mijn lustige,
Laat mij spelen,
In de schaduw van mijn
Korte rustige vallei
Laat andren werken,
Sandalen maken of kerken
Wanjka heeft genoeg aan zijn schalmei."
door J. Slauerhoff
Uit: Verzen van Willem Elsschot
Geplaatst op 11/10/2009 - 23:13.
|
|
|
|
Wij komen nooit meer saam:
De wereld drong zich tussenbeide.
Soms staan wij beiden 's nachts aan 't raam,
Maar andre sterren zien we in andre tijden.
Uw land is zo ver van mijn land verwijderd:
Van licht tot verste duisternis - dat ik
Op vleuglen van verlangen rustloos reizend,
U zou begroeten met mijn stervenssnik.
Maar als het waar is dat door grote dromen
Het zwaarst verlangen over wordt gebracht
Tot op de verste ster: dan zal ik komen,
Dan zal ik komen, iedren nacht.
door J. Slauerhoff
Uit: Serenade door J Slauerhoff
Geplaatst op 15/09/2009 - 23:05.
|
|
|
|
Op een straatje dat
de winter was
liep ik naar de noorderzon
die me stervenskoud
in haar armen dwong
door Henk Ellermann
Uit:
Geplaatst op 09/09/2009 - 10:55.
|
|
|
|
Want slapend is ze meest nabij.
Louter streling, in mijn neus,
louter voedsel, voor mijn ogen.
En donker, duister lichaam,
in die stralende handen van mij.
Louter slapend is ze kwetsbaar.
En onaanraakbaar - dierbare schroom.
Verheven boven verlangens, ontdaan van gebreken.
Ademende schoonheid, in mijn vingertoppen.
Louter slapend is ze ondraaglijk lief.
door
Uit:
Geplaatst op 08/05/2009 - 00:46.
|
|
|
|
De krijgers van de koude winter
vormden een overwinningskoor
Ja wat hier blijft gaat zeker dood
en wat hier leeft gaat er vandoor
Je ziet de ganzen in de lucht de
sneeuw ontvluchtend haastig met hun vleugels slaan
Ze willen graag ontsnappen en wie vliegt, kan ook wel gaan
Want ze willen graag ontsnappen...
Ik gooi wat houtjes op het vuur
trek de dekens tot mijn kin
De ruige winter ban ik uit
mijn zwerflust sluit ik in
Wat vroeg ik graag de zomer of ze
een maand of zo me eventjes nog bij kon staan
Maar ze wil graag ontsnappen en ik moet haar laten gaan
Want ze wil zo graag ontsnappen...
door
Uit:
Geplaatst op 06/05/2009 - 05:03.
|
|
|
|
Zoals je tegen een ziek dochtertje zegt:
mijn miniatuurmensje, mijn zelfgemaakt
verdrietje, en het helpt niet;
zoals je een hand op haar hete voorhoofdje
legt, zo dun als sneeuw gaat liggen,
en het helpt niet:
zo helpt poëzie.
door Herman de Coninck
Uit: De gedichten door Herman de Coninck.
Geplaatst op 06/05/2009 - 00:04.
|
|
|
|
'n traan geweigerd
'n traan had niets te zeggen
tranen droogt een woord
door Henk Ellermann
Uit:
Geplaatst op 03/05/2009 - 02:11.
|
|
|
|
Terwijl ze hem kust
ziet ze dat zijn overhemd
in de was moet
door J.C. van Schagen
Uit: Ik ga maar en blijf door J.C. van Schagen
Geplaatst op 22/04/2009 - 21:00.
|
|
|
|
Ik doe zaken
ik heb een heel grote schrijftafel
en mijn gezicht staat moeilijk
ik praat in een telefoon
en ik heb een mijnheer
die juffrouwtjes kan laten werken
en nog méér mijnheren
de juffrouwtjes ruiken zo lekker
ze ruiken allemaal verschillend
de mijnheren zijn in grote jassen
ik bloos er wel van
het lijken wel Engelsen
en ik begrijp niet waarom ze doen wat ik vraag
er was veel zaken vandaag
het waren allemaal gedachten van mensen
er waren veel dikke die duwden en waren onverschilig
ik begreep niet waarom ze zo koppig waren
er waren magere met valse haakjes
en er zat veel in de knoop
het was precies het kistje met oudroest en touwtjes
van mijn grootvader
ik was een vreemdeling
toen ben ik maar gaan wandelen in de bosjes
het was een arme dag - de straat was nat
de zwarte boompjes hadden honger
die trok hun magere vingertjes krom
de wind zei verdrietige verhaaltjes
het novemberlicht was saai en schraal achter vervelende wolken
maar in mijn hart bonsde opstand
en ik zei: lieve God ik wil een straatsteen zijn
door J.C. van Schagen
Uit: Ik ga maar en blijf door J.C. van Schagen
Geplaatst op 22/04/2009 - 20:56.
|
|
|
|
ik hou de wereld in mijn hand
het glazen ei vol land en wolken
ik zal de hemel gaan bevolken
ik roep de varens uit het zand
ik schud de apen uit mijn mouw
de spikkelpanters en de mieren
het blauw konijn de krabbeldieren
ik strooi topaas, azuur en dauw
ik weet nu dat ik alles kan
ik ken de dieren aan hun vel
de vogels aan hun notenspel
en ik geef namen aan de man
de verf die ik morste vliegt plotseling in brand
’t palet valt vlammend uit mijn hand
de aarde zwaait open, ik zie haar lopen
in mijn eigen groene gras
wil jij soms wit wezen dat ik je niet ken
en dat ik niet almachtig ben
je wilt me vergeten, mijn vruchten eten
en me bedriegen met je mond
hier in je lichaam van albast
zie ik de roze vlammen branden
en wat je wilt valt in je handen
je hebt mijn wereld aangetast
daar sluipt de groengevlekte kat
en heeft de merel al te grazen
de leguaan gaat bellen blazen
kruipt op vijf poten over ’t pad
de vleesboom rijst het water uit
en rinkelt met zijn glazen snaren
er zit in de kristalpilaren
een uil die schuine liedjes fluit
hier sta ik voor zot in mijn kamerjapon
ik dacht wel dat ik alles kon
en ben ik verdwenen, dan komt op zijn tenen
de engel met het grote mes
door Lennaert Nijgh
Uit:
Geplaatst op 16/04/2009 - 23:28.
|
|
|
|
Als ik de dorst drink van het wachten
en de tijd slik die jij morst
Als ik de lange lege nachten
leer begraven in mijn borst
als ik de honger leer verbijten
van jouw veel te verre mond,
als ik de dagen stil zal slijten
die door zwijgen zijn verstomd,
durf jij me dan te zeggen dat je komt?
Als ik door distels naar je toe kruip
op het brandend pad van grint,
als ik door oerwoud naar je toe sluip,
angstig rillend als een kind,
als ik rivieren overzwem
naar het land waar jij verblijft,
als ik de wilde zeeën tem
op een vlot dat amper drijft,
durf jij me dan, durf jij me dan te zeggen dat je blijft?
Durf jij, durf jij
Ieder lied is het oudere liedje.
Wat zal zijn, is wat eerder bestond.
Voel je brand in je hart, dan geniet je.
Maar de klok tikt en alles is rond.
En als je eindelijk zult proeven
wat je niet wist dat bestond,
als jij niets hoeft dan vertoeven
op de stilte van mijn mond,
als dorst en honger zijn gestild,
niets dan voortaan nog bestaat,
als jij niet meer van mij verschilt,
stilte neerdaalt in de straat,
durf jij, durf jij me dan te zeggen dat je blijft?
durf jij, durf jij me dan te zeggen dat je blijft?
durf jij, durf jij me dan te zeggen dat je komt?
durf jij, durf jij me
Maar de klok tikt en alles is rond.
door Ilja Pfeijffer
Uit:
Geplaatst op 16/04/2009 - 22:06.
|
|
|
|
Pries de dag niet veur ‘t aobend is
Wat kan der nog wel niet gebeuren
We hebben net middageten daon
Eerst de aobend-klokke heurn
Dan kan ‘t maonlicht misschien schienen
Op de oogst van dizze dag
Mar gloepens dikke hagelstienen
Kunnen kommen, onverwacht
Net as loezen, net as kevers
Net as dreugte en bederf
Nee, het is pas mooi
As ‘t hier lig, op het erf
Pries de dag niet veur het aobend is
Mar moch ‘t toch zo wezen
Dat joe vandag de wereld gund is
Dan ku’j rustig feesten
Vieren dat ‘t mooi gung,
vieren da’j bestaon
Eigenlijk gung der niks mis
Mar morgenvrog van veurn af an
Pries de dag niet veur ‘t aobend is
Pries de dag niet veur ‘t aobend is
Pries de dag niet veur ‘t aobend is
Veur je ‘t weten slöt de klokke mis
Pries de dag niet veur ‘t aobend is
door Daniël Lohues
Uit:
Geplaatst op 14/04/2009 - 23:05.
|
|
|
|
Ik ben een woordenman
Man!
Woorden?
Éen:
ben
(ik).
door Henk Ellermann
Uit:
Geplaatst op 12/04/2009 - 12:10.
|
|
|
|
Toen hij bespeurde hoe de nevel van de tijd
in d'ogen van zijn vrouw de vonken uit kwam doven,
haar wangen had verweerd, haar voorhoofd had doorkloven
toen wendde hij zich af en vrat zich op van spijt.
Hij vloekte en ging te keer en trok zich bij de baard
en mat haar met de blik, maar kon niet meer begeren,
hij zag de grootse zonde in duivelsplicht verkeren
en hoe zij tot hem opkeek als een stervend paard.
Maar sterven deed zij niet, al zoog zijn helse mond
het merg uit haar gebeente, dat haar toch bleef dragen.
Zij dorst niet spreken meer, niet vragen of niet klagen,
en rilde waar zij stond, maar leefde en bleef gezond.
Hij dacht: ik sla haar dood en steek het huis in brand.
Ik moet de schimmel van mijn stramme voeten wassen
en rennen door het vuur en door het water plassen
tot bij een ander lief in enig ander land.
Maar doodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad
staan wetten in de weg en praktische bezwaren,
en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren,
en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.
Zo gingen jaren heen. De kindren werden groot
en zagen dat de man die zij hun vader heetten,
bewegingsloos en zwijgend bij het vuur gezeten,
een godvergeten en vervaarlijke aanblik bood.
door Willem Elsschot
Uit: Verzen van Willem Elsschot
Geplaatst op 11/04/2009 - 15:24.
|
|
|
|
Water, aspirine, jou. De zon brandt!
De wind slaat gaten in het loof!
Er klemt! De tijd tikt kraaiend
op de trommelvliezen!
En breng me, als je toch
bezig bent, een eeuwige duisternis
en een stilte van heb-ik-jou-daar.
Wikkel me in en laat me liggen.
En vraag me dagelijks wat ik wil.
Sta schaars belicht in de deuropening.
door Mark Boog
Uit: Het eigen oor door Mark Boog
Geplaatst op 11/04/2009 - 12:19.
|
|
|
|
Ik droomde, dat ik langzaam leefde ....
langzamer dan de oudste steen.
Het was verschrikkelijk: om mij heen
schoot alles op, schokte of beefde,
wat stil lijkt. 'k Zag de drang waarmee
de bomen zich uit de aarde wrongen
terwijl ze hees en hortend zongen;
terwijl de jaargetijden vlogen
verkleurende als regenbogen .....
Ik zag de tremor van de zee,
zijn zwellen en weer haastig slinken,
zoals een grote keel kan drinken.
En dag en nacht van korte duur
vlammen en doven: flakkrend vuur.
De wanhoop en welsprekendheid
in de gebaren van de dingen,
die anders star zijn, en hun dringen,
hun ademloze, wrede strijd ....
Hoe kón ik dat niet eerder weten,
niet beter zien in vroeger tijd ?
Hoe moet ik het weer ooit vergeten ?
door M Vasalis
Uit: Parken en woestijnen door M. Vasalis
Geplaatst op 11/04/2009 - 01:49.
|
|
|
|
Staande op een rots,
die het begin is
van een berg,
en die zich niettemin
voor mijn ogen
in zee stort,
heb ik soms
zo kunnen verlangen
naar de binnenzee in mij,
dat ik mij haast een zich
verstotende was geworden.
door Hans Faverey
Uit:
Geplaatst op 11/04/2009 - 00:04.
|
|
|
|
Je moeten der van haoln
Dat is wat ik doe
Bekend terein, vrumd genog
Hoe ‘t rök en vuuld, hoe het lek en klinkt
Elke straote ken ik, elke bocht
Jij woont hier ver vandaan, zeggen ze elders in het land
Dan zeg ik, insgelijks, u ook, a’j ‘t zien van dizze kant
Hier kom ik weg, veur mien hiele leben
Ben ‘k met dizze horizon verweben
Hier kom ik weg, hier stiet ons huus
Bliekbar kom ik daor altied weer terecht
Hier kom ik weg
Hier bennen die paar mensen
zunder wie ‘t niks is
Bekend gedrag, vrumd genog
De wiede wereld is der wel,
via draod en golven
waormet ik vaak
naor gruuner grös heb zocht
Naor de verste verten
wul ik altied wel hen
Mar dat gevuul dreijt zich weer um
zo gauw as ik daor ben
Hier kom ik weg, veur mien hiele leben
Ben ‘k met dizze horizon verweben
Hier kom ik weg, hier stiet ons huus
Bliekbar kom ik daor altied weer terecht
Hier kom ik weg
Ruumte smoort de drokte
Stilte gef rust
Ben me der nie alle dagen
hielmaol van bewust
Hoe graag ik hier mag wezen
Gruuntesoep met worst!
Leven hier helpt net zo goed
as drinken tegen de dörst
Hier kom ik weg, hier stiet ons huus
Bliekbar kom ik daor altied weer terecht
Hier kom ik weg
door Daniël Lohues
Uit:
Geplaatst op 10/04/2009 - 17:02.
|
|
|
|
Klein huis, maar gooi er eens een bal doorheen
en het wordt groot. Zie al die meters,
zijn ze niet van ons? En slenter eens alsof
je niet weet waar je heen gaat: ruimte rekt
zich geeuwend uit tussen de muren. Zie:
het dwalen dat de kamers met elkaar
verbindt is witgeverfd. Er is een trap,
een kapstok in een kast, wat deuren. Als
een landweg zo toevallig ligt het, doel
en startpunt bij de weg gezocht in plaats
van omgekeerd, zo lijkt het. Als je brood
haalt en weer terugkomt zul je zien dat we
een picknick kunnen houden. Snel, ga nu!
Het krimpen kan onmogelijk ver weg zijn.
door Mark Boog
Uit: Het eigen oor door Mark Boog
Geplaatst op 10/04/2009 - 02:41.
|
|
|
|
Je wervelt weg. De muren zijn verdwenen.
Van een stofwolk ben je amper meer te onderscheiden.
Het dreunen, dat nog nagalmt, en het langzaam
liggen gaan van opgeworpen stof. Niets blijft over.
Bijna niets. Een tafel, mooi gedekt, in de woestijn.
Je zit eraan, je bent niet weg. De glazen glanzen.
Maar je staat op. De zon die brandt, het zand dat zengt,
je beeld dat trilt. Je weggaan is het mooiste dat ik zag.
Want het is hoger dan de zon om twaalf uur
en eenzamer dan ik. Er rest ons streven naar herhaling.
door Mark Boog
Uit: Het eigen oor door Mark Boog
Geplaatst op 10/04/2009 - 02:07.
|
|
|
|
Ik ben moe, ik heb vandaag
je borst tien keer
niet aangeraakt, lieve woorden
niet gezegd, gedacht aan je nagels
in mijn rug die een eeuwigheid achter
mij ligt en waaruit ik vanmorgen
ben opgestaan als uit een bed.
Ik geloof niet dat ik het kan:
niet van je houden. Drinken
en je niet kunnen vergeten,
dat kan ik. En iedere dag een beetje
sterven, zodat het tenslotte slechts
een koud kunstje wordt.
door Herman de Coninck
Uit: De gedichten door Herman de Coninck.
Geplaatst op 10/04/2009 - 01:52.
|
|
|
|
Zal ik niet kunnen zwijgen over
je benen die me ontvangen met
open armen?
Of zal ik vertellen hoe de gedachte van een
verre koning aan jou door een tovenaar
is veranderd in de maan?
En zullen mijn handen zo zacht gaan liggen
op je borsten als sneeuw op de
mooiste bergen die ik ooit heb gezien?
Ja.
door Herman de Coninck
Uit: De gedichten door Herman de Coninck.
Geplaatst op 10/04/2009 - 01:37.
|
|
|
|
wat het gebeur my pragtig daai desembermaand
toe ons geleef het soos jetsetters in gordonsbaai
in daai warm overpriced flat bo-op die portofine ice cream parlour
within view van die kaai
& die wind wat aanmekaar aai aai waai
& jou lang cream calico gordyne was soos
hande by die venster uit bye bye waai
& daai brief van someone uit somewhere in my hand
& die wind wat draai teen skemeraand
van die see na die land
& die flat nou eensklaps soos 'n vallende boeing plummeting to sea
& jy wat vra why me?
& jou naak lyf skielik oor my swaai & snik why?
met jou hare in my mond soet & sag
soos edible underwear van aarbei & TIMOTEI SJAMPOE
oesters op melba toast en perrierwater
daardie laaste oggend son op die balkon
& nog nie eens 8 o'clock & alreeds buite die happy screams van vakansiegangers met ice creams
& jy wat skielik begin huil & die gordyne ruk uit hul kosyne uit
& topless vries in die ruit
soos 'n overexposed foto uit 'n ou familie-fotoalbum
of 'n ou magazine ek dink ek sien dit nou we have lingred in chambers by the sea
maar al daai poetry shit means nothing now to me
& toe jy jou ou gordyne uitgehaal uit die laai
wat jy gekoop het op 'n krismis special by edgras in gordonsbaai
& die somer was in sy maai
& ek wat se ek ek raai ons het gaan draai by jane seymour
& is subsequently weer terug by TIMOTEI SJAMPOE
polisiesirenes daardie nag
& toe 'n crash 3.31 op die wekker
& wakker was ons nee nee
ek was alleen ek dink
ek onthou nou my lief waar was jy?
waar was jy? want ek was so alleen & buite het dit begin reën
& ek het uitgegaan in die verlate strate
& jou jumbo golf was gone
& gone down was the moon
& die pleiades middle of night
& ek wat frantically phone
vanaf 'n tickiebox na die hospitaal
& mumbo jumbo met 'n vakerige night nurse
nee nee jy was nie daar nie
maar in die warm overpriced flat vind ek jou
by die bay window met jou hande buitentoe catching the rain
ek het jou gesien uithardloop se jy
& smile bring jy goeie nuus vir my
het hulle uiteindelik my lyk gekry?
doen my 'n guns & balsem my in TIMOTEI SJAMPOE
wat het gebeur my skugtige voortvlugtige pragtige
daai ongelukkige desembermaand
toe onsself gesien het as 'n sun setting in gordonsbaai
in daai warm overpriced flat bo-op die portofine ice cream parlour
within view van die kaai
door Gert Vlok Nel
Uit: Beaufort-Wes se Beautiful Woorde van Gert Vlok Nel
Geplaatst op 10/04/2009 - 00:02.
|
|
|
|
Laasnag het ek gedroom dat ek weer in 1975 woon, die jaar
toe ek laas gelukkig was. Toe het ek afgekom by die trap &
vir my water getap in die kombuis dit was so stil in die huis.
De mooiste jare is verby. Anyway & toe het ek gedroom dat
ek in 'n jaar so ver as moontlik van 1998 af gaan woon.
Laasjaar het ek gedroom dat ek weer in my eie mooiste
woorde woon in my mooiste dorp & dat ek weer gesond
begin te word. Toe het ek wakkergeskrik & iets was nie pluis
nie ek so lost ek was nie in my eie huis nie.
Die mooiste woorde is verby. Anyway & toe het ek gedroom
dat ek in 'n taal so ver as moontlik van Afrikaans af kan
gaan woon.
In my boyhood het ek 'n meisie gehad sy was beautiful
beyond afrikaans sy kon heelnag my so hartseer dans & sy
was somehow Gert se laatste stance. En toe het sy gedroom
dat sy in een lyf so ver as moonlik van my lyf af gaan woon.
Die mooiste liefde is verby. Anyway & toe het ek gedroom
dat ek by haar lyf so ver as moontlik van my lyf af gaan woon.
Somewhere het ek gedroom dat ek my eie begrafnis bywoon
& Pa was daar & Ma was daar & al myn gelifdes soos in my
gelukkigste jaar. Maar die mooiste was dit die mooiste was
dit dit was dat ek afgebuk het na die grond & myself gesoen
het op my eie mond.
De mooiste drome is verby. Anyway en toe het ek gedroom
dat ek in 'n droom so ver as moontlik van hier en nou af kan
gaan woon.
Laasnag het ek gedroom dat ek weer in 1975 woon, die jaar
toe ek laas gelukkig was. Toe het ek afgekom by die trap &
vir my water getap in die kombuis dit was so stil in die huis.
Die mooiste jare is verby. Anyway toe het ek gedroom dat
ek in 'n land so ver as moontlik van Suid-Afrika af gaan
woon. & toe het ek gedroom dat ek in 'n land so ver as
moontlik van Suid-Afrika af gaan woon.
door Gert Vlok Nel
Uit: Beaufort-Wes se Beautiful Woorde van Gert Vlok Nel
Geplaatst op 09/04/2009 - 23:59.
|
|
|
|
En jy was beautiful in Beaufort-Wes
en ek was so verskrik en verskriklik lief vir jou
en jy het op grafte en op treine
en op Ford Fairlane se agterseats gevry
en nou is jy en jou man both computer analysts
en laas winter you tried to clip above your wrists
en nou kan jy nie meer slaap nie,
nie meer lag nie,
nie meer iets vir jouself doen nie,
nooit ooit weer vir my soen nie
En mooi mooi mooi was jou woorde ook
terwyl jy menthol sigarette rook
en daai sweet sweet dinge vir my se
terwyl jy sweet sweet in my arms le
en die presiese woorde het ek presies vergeet
ek onthou net die rook en die sweet in Beaufort-Wes
en jou kaal liggaam onder 'n cool summer cotton dress
nie meer slaap nie, nie meer lag nie
nie meer iets vir mekaar doen nie
nooit ooit weer vir mekaar soen nie
En dis miskien soos 'n storie uit die Huisgenoot,
maar jy't een aand skielik vir my weggestoot
en in die rear view mirror jou gesig gekyk
en gese 'miskien moet ek gelukkiger lyk'
daardie aand kon ek nie aan die slaap raak nie
en het gevoel hoe my hart losruk uit my ly
en soos 'n roeiboot in die rivier afdryf
ek kon nie meer slaap nie, nie meer lag nie,
nie meer iets ooit reg doen nie,
nooit ooit weer vir jou soen nie
En die laaste herinnering waaroor ek sing
is die nag toe ek en jy die melktrein aan en aan in die nag in ry
tot anderkant die ding dong gong
van die breakfast waiter in die gang verby
en dit was my wake-up call my lief
jy't gese wees asseblief lief vir my
maar ek het gedroom ons het in Beaufort-Wes gaan woon
en ek kon nie meer slaap nie, nie meer lag nie,
nie meer so iets doen nie,
nooit ooit weer vir jou soen nie
door Gert Vlok Nel
Uit: Beaufort-Wes se Beautiful Woorde van Gert Vlok Nel
Geplaatst op 09/04/2009 - 23:47.
|
|
|
|
Rivier, o rivier jy's die diepste
woord wat ek ken op jou kon
ek vaar na die see & na haar in
die hoop om haar te wen,
maar woestyn is die woord
waardeur jy moet reis om haar
hart te wen
Laasnag het ek in Pretoria
geslaap in die verkeerde stad by
die verkeerde vrou wat gemaak
het dat ek moet reis na jou toe in
die Kaap met my hoed in my
hand deur die mees
vreesaanjaende land o my
Liefling kan jy my hoor daar waar
jy slaap
Rivier, o rivier jy's die diepste
woord wat ek ken op jou kon
el vaar na die see & na haar in
die hoop om haar te wen,
maar woestyn is die woord
waardeur jy moet reis om haar
hart te wen
Laasnag het ek in Bloefontein
geslaap was bly ek kon in een
dag so ver kom was bly daar is
nog blomme wat hikers optel
(wou jou bel) was bly die liefde
gaan my nie verby was bly dis
nog net 1000 km vanaf die
Kaap
Rivier, o rivier jy's die diepste
woord wat ek ken op jou kon
el vaar na die see & na haar in
die hoop om haar te wen,
maar woestyn is die woord
waardeur jy moet reis om haar
hart te wen
Laasnag het ek in Colesberg
geslaap oorkant daai garage
waar die prostitute wat die
lorries bring omdraai
& terug hike na die Kaap ek het
deur die lang nag sommiges
gesien huil ek het enkeles
gehoor sing miskien oor die
mixed feelings wat om om te
draai bring
Rivier, o rivier jy's die diepste
woord wat ek ken op jou kon
el vaar na die see & na haar in
die hoop om haar te wen,
maar woestyn is die woord
waardeur jy moet reis om haar
hart te wen
Laasnag het ek in Beaufort-
Wes geslaap in die Wagon
Wheel Motel wou jou bel wou
jou vertel ek is droomloos
vuisvoos levensmoeg & het
genoeg gehad & wil vir ewig by
jou kom slaap & is nog net 500
km vanaf die Kaap
Rivier, o rivier jy's die diepste
woord wat ek ken op jou kon
el vaar na die see & na haar in
die hoop om haar te wen,
maar woestyn is die woord
waardeur jy moet reis om haar
hart te wen
Laasnag het ek in Beaufort-
Wes geslaap
Laasnag het ek in Beaufort-
Wes geslaap
Laasnag het ek in Beaufort-
Wes geslaap
Laasnag het ek in Beaufort-
Wes geslaap
door Gert Vlok Nel
Uit: Beaufort-Wes se Beautiful Woorde van Gert Vlok Nel
Geplaatst op 09/04/2009 - 23:18.
|
|
|
|
ik tracht op poëtische wijze
dat wil zeggen
eenvouds verlichte waters
de ruimte van het volledig leven
tot uitdrukking te brengen
ware ik geen mens geweest
gelijk aan menigte mensen
maar ware ik die ik was
de stenen of vloeibare engel
geboorte en ontbinding hadden mij niet aangeraakt
de weg van verlatenheid naar gemeenschap
de stenen stenen dieren dieren vogels vogels weg
zo niet zo bevuild zijn
als dat nu te zien is aan mijn gedichten
die momentopnamen zijn van die weg
in deze tijd heeft wat men altijd noemde
schoonheid schoonheid haar gezicht verbrand
zij troost niet meer de mensen
zij troost de larven de reptielen de ratten
maar de mens verschrikt zij
en treft hem met het besef
een broodkruimel te zijn op de rok van het universum
niet meer alleen het kwade
de doodsteek maakt ons opstandig of deemoedig
maar ook het goede
de omarming laat ons wanhopig aan de ruimte
morrelen
ik heb daarom de taal
in haar schoonheid opgezocht
hoorde daar dat zij niet meer menselijks had
dan de spraakgebreken van de schaduw
dan die van het oorverdovend zonlicht
door Lucebert
Uit: Verzamelde Gedichten van Lucebert
Geplaatst op 09/04/2009 - 19:54.
|
|
|
|
Je wandelde met jezelf en met mij
langs de zee, toen je plots
je huid wilde zijn en zwemmen
en geheimen toevoegen aan
het water
en toen je weerkwam zei je
liefje, ik heb de maan gevangen.
Waar, vroeg ik, en je legde dun
een hand over je schoot
als een vinger op de lippen.
door Herman de Coninck
Uit: De gedichten door Herman de Coninck.
Geplaatst op 08/04/2009 - 21:35.
|
|
|
|
Het is een kleine wereld
waarin
we leven. Loop er eens
omheen,
meet de open ruimtes
door
en schreeuw de maten naar
binnen.
De echo kaatst ze
terug naar
u.
door Henk Ellermann
Uit:
Geplaatst op 07/04/2009 - 22:33.
|
|
|
|
er is een mooie rode draad gebroken in de ochtend
er is de grond vochtig een kind slapend tussen woedbijt
er is een vrouw bij vrienden blijven slapen
er is een scheerstoel in de hemel opgenomen
er is een kamer ademloos gaan lopen
er is een kamer radeloos een leeg gelopen
er is een koker opgestaan met ledematen
er is een open oven hevig gaan bloeden
ik ben niet verzekerd
ik ben bij gebleven
ik ben op de doffe lucht van achtervolgers
langzaam uitgegleden uit
mijn eigen adem hijgt zijn zeilen
zijn zeezeilen zagen de wind
de wind valt om
om en om
( au )
er is een mooie rode draad gebroken in de ochtend
door Lucebert
Uit: Verzamelde Gedichten van Lucebert
Geplaatst op 07/04/2009 - 20:55.
|
|
|
|
Zoals je binnenkwam en dag zei,
en uit je kleren en je woorden stapte
(het voorlaatste wat je voor me uit-
deed was het woord 'lieveling'
en het laatste een glimlach; toen
opende je de haakjes en ik kwam erin
en je sloot ze)
zo ging je ook weer weg, trok
enkele veel te dunne woorden
van afscheid om je heen
en rilde.
door Herman de Coninck
Uit: De gedichten door Herman de Coninck.
Geplaatst op 06/04/2009 - 22:08.
|
|
|
|
De wind verft mijn ogen om
tot spitse witte vlaggen
en ik geef mijn hoofd over
aan de grote verre wolken
in de grote verre wolken
zitten maanzieke honden
als door de ramen de zon schijnt
zijn de honden zonzieke poezen
mijn benen jengelen uit de verre wolken
als van processies verstoken klokken
maar mijn hoofd is een haan tussen de honden
en brult en balkt en blaast en blaft
terwijl de honden huilen
door Lucebert
Uit: Verzamelde Gedichten van Lucebert
Geplaatst op 04/04/2009 - 20:27.
|
|
|
|
Te verslinden. Handenvol, monden.
Te bijten, zuigen, scheuren.
Zich te verzadigen, zich grommend te vergeten,
zich aan de gulzigheid te geven als een sneeuwvlok aan de zon.
Het vlees verlangt het, van de botten gerukt te worden,
de gaten schreeuwen erom: vul!
Alles dient gebruikt, zindert,
ongeduldig wachtend op zijn beurt, zich niet ontziend,
zich dringend op de voorgrond, zich.
Slaap verslaat tevredenheid als eeuwigheid het einde -
we drijven af weer, nacht en ontij tegemoet.
door Mark Boog
Uit: Het eigen oor door Mark Boog
Geplaatst op 03/04/2009 - 23:46.
|
|